Natuurtoets proces

Het natuurtoetsproces

Het natuurtoetsproces is niet ingewikkeld. Dit proces vind je terug in de rapportage. Als je begint moet de context duidelijk zijn zoals de locatie, welke ingrepen er op welk moment plaatsvinden, of het plangebied nog gebruikt wordt of al lang leeg staat bijvoorbeeld.

Het wettelijk kader is niet zo maar een ' copy and paste' verhaal omdat niet iedere provincie dezelfde soorten heeft beschermd. Naast de Europees beschermde soorten en de landelijke lijst kunnen provincies beleid vaststellen om soorten nog beter te beschermen of juist vrij te stellen.

Meer weten over beschermde soorten in de provincie? Lees meer op beschermdesoorten.nl . Om volledig te zijn ten aanzien van het soortenbeschermingsdeel doorloop je een aantal stappen; zie hiervoor Stap 1: check op Europees beschermde soorten.

Naast het soortenbeschermingsdeel wordt er in de quickscan ook aandacht besteed aan beschermde gebieden (gebiedsbescherming).

Belangrijk ook is de methode van onderzoek. De waarde van de resultaten staat of valt met de wijze van onderzoek. Vervolgens de worden de resultaten getoetst aan de context, het wettelijk kader en de onderzoeksmethode om een conclusie te trekken.

De conclusie van een quickscan luidt;

  • het onderzoeksgebied is wel / niet geschikt voor beschermde soorten. Het gaat hier dan vooral om de functies verblijven en foerageren.
  • er zijn wel / geen sporen vastgesteld van beschermde soorten
  • er zijn wel / geen beschermde soorten waargenomen
  • er is mogelijk wel / geen invloed op beschermde soorten
  • er is mogelijk wel / geen invloed op beschermde gebieden
  • er is wel / geen nader onderzoek nodig

Let op! Met een natuurtoets sluit je geen effecten uit.

Een veel gemaakte fout bij natuurtoetsen is dat er gesteld wordt dat het doel van toets is om negatieve effecten ten aanzien van beschermde soorten als gevolg van de voorgenomen ingreep uit te sluiten.

Onderzoek zoals een natuurtoets, of dit nu een quickscan, nader onderzoek of monitoring is; het is en blijft een momentopname. Daar komt bij dat bijvoorbeeld vleermuizen, die een belangrijk onderdeel zijn van een natuurtoets, meerdere verblijfplaatsen kennen. Daarmee wordt de kans nog kleiner dat je ze aantreft.

Om aan te kunnen tonen dat je redelijkerwijs een goed en deskundig nander onderzoek hebt uitgevoerd is het verstandig om zo veel mogelijk volgens de landelijk gehanteerde inventarisatieprotocollen te werken. Dit is niet verplicht, maar provincies en omgevingsdiensten werken er wel vaak mee als ze een natuurtoets moeten beoordelen.  

Lees meer over de gehanteerde inventarisatieprotocollen voor nader onderzoek: inventarisatieprotocollen >>